Groei is welkom, onbeheersbare groei niet
Dat de instroom in huisartsgeneeskunde zal toenemen door het stijgend aantal masterstudenten geneeskunde, verwelkomen we. Tegelijk vraagt die groei om nuance en zorgvuldigheid. Groei op zich is geen probleem — onbeheersbare groei en grote schommelingen wel.
De geschiedenis leert ons dat abrupte veranderingen in instroom en uitstroom ongewenste effecten hebben. In de periode 1975–1985 steeg het aantal afgestudeerde artsen zeer sterk, onder meer door de democratisering van het hoger onderwijs. Op het moment van afstuderen bleek er voor veel artsen onvoldoende werk, wat leidde tot een situatie van overaanbod. Als reactie werd de instroom daarna sterk afgeremd via strikte quota.
Die scherpe beperking had op korte termijn effect, maar werkte op langere termijn door. In combinatie met de latere uitstroom van de babyboomgeneratie huisartsen leidde dit tot een verminderde toegankelijkheid van huisartsen in de voorbije jaren — en dat laat zich vandaag in verschillende regio’s nog steeds voelen. Deze evolutie toont aan dat te sterke schommelingen in instroom en uitstroom de zorg op langere termijn kwetsbaar maken.
Grootschalig georganiseerd, nabij begeleid
We willen daarom absoluut een plotse, sterke stijging van het aantal haio’s vermijden. Een te grote instroom op korte tijd zou een zware druk leggen op alle schakels van de opleiding: opleidingspraktijken, praktijkopleiders, stagecoördinatoren, intervisiegroepen, docenten, promotoren én op de organisatie, coördinatie en ondersteuning door ICHO. Die druk vertaalt zich onvermijdelijk in minder nabijheid, minder tijd voor begeleiding en minder ruimte voor reflectie — en dus in een daling van de kwaliteit.
Kwaliteit laat zich niet onbeperkt opschalen. De sterkte van de interuniversitaire huisartsopleiding zit vandaag niet in kleinschaligheid, maar in doordachte organisatie op grote schaal. Met meer dan duizend haio’s is de opleiding allesbehalve klein.
Net dankzij de nauwe afstemming tussen de docenten en promotoren van de vier Vlaamse universiteiten en een goed uitgebouwd netwerk van praktijkopleiders, stagecoördinatoren, stafleden en regionale coördinatoren slagen we erin om een sterke inhoudelijke opleiding te combineren met nabije en persoonlijke begeleiding.
Die grootschalige structuur wordt bewust vertaald naar kleinschalige begeleidingscontexten. Door haio’s op te splitsen in kleinere intervisiegroepen en vaste begeleidingslijnen te voorzien, ontstaat er ruimte voor veiligheid, reflectie en persoonlijke groei. Het is precies die combinatie — schaalgrootte in organisatie en nabijheid in begeleiding — die vandaag de kwaliteit van de opleiding draagt.
Wanneer de balans onder druk komt
Wanneer de instroom te snel en te sterk zou toenemen, komt die fijn afgestemde balans onder druk te staan. Niet omdat groei op zich problematisch is, maar omdat elke bijkomende haio ook voldoende begeleidingscapaciteit, afstemming en ondersteuning vergt. Zonder een evenredige uitbreiding dreigt de nabijheid in begeleiding te verminderen, met een verhoogd risico op overbelasting, demotivatie en uitval.
Motivatie als sleutel tot kwaliteit en retentie
Daarnaast is niet alleen het aantal instromende haio’s van belang, maar ook hun motivatie. Huisartsgeneeskunde is geen vanzelfsprekend alternatief wanneer een andere specialisatie niet haalbaar blijkt. Het is een bewuste keuze voor een vak met uitgesproken troeven: professionele autonomie, een holistische kijk op zorg, een langdurige arts-patiëntrelatie en de intellectuele uitdaging van een zeer brede pathologie.
Net deze kenmerken zorgen er niet alleen voor dat artsen voor huisartsgeneeskunde kiezen, maar ook dat ze in het beroep blijven. Autonomie, inhoudelijke variatie en betekenisvolle relaties met patiënten blijken sterke beschermende factoren tegen uitval en demotivatie. Wie vanuit intrinsieke overtuiging instroomt, ontwikkelt doorgaans meer veerkracht, ervaart meer werktevredenheid en blijft langer actief als huisarts.
Doordachte taakdelegatie kan deze kenmerken versterken. Wanneer administratieve, routinematige of goed afgebakende medische taken gedeeld worden met andere zorgprofessionals zoals o.a. verpleegkundigen in de huisartspraktijk en praktijkassistenten, ontstaat er ruimte voor huisartsen om zich te concentreren op complexe zorgvragen, continuïteit van zorg en de arts-patiëntrelatie. Zo ondersteunt taakdelegatie niet alleen de kwaliteit van zorg, maar ook de professionele autonomie en het werkplezier van de huisarts. Voorwaarde is wel dat dit zorgvuldig wordt ingebed, met duidelijke afspraken, voldoende opleiding en blijvende verantwoordelijkheid bij de huisarts.
Geleidelijke groei als kwaliteitskeuze
Daarom pleiten we voor een geleidelijke én doordachte groei van de instroom. Het aantal studenten dat aan de opleiding geneeskunde mocht starten steeg van 1102 (2018) naar 1723 (2024). De instroom naar huisartsgeneeskunde zal hierdoor de volgende jaren ook toenemen. We pleiten niet voor een verdere stijging maar maximaal voor behoud en bij voorkeur zelfs voor een vermindering van de startquota naar 1600 en handhaving van het streven naar een 60(ASO)/40(haio) verdeling.
Rekening houdend met het feit dat een 35-45% van de studenten die zal afstuderen als arts aan de vervolgopleiding van huisarts begint, werken we op die manier toe naar een stabiele en duurzame uitstroom van 450 à 500 gemotiveerde en goed opgeleide huisartsen per jaar.
Deze aanpak vraagt vertrouwen, maar is gestoeld op jarenlange ervaring, samenwerking en bewezen kwaliteit.
Directie ICHO
(Ann Gils – Janique Lobbestael – An Stockmans)